RTLZ Column: Waar blijft onze minister van Wonen?

Deze column is op 19 februari 2020 gepubliceerd op RTLZ.

Aan het eind van de regeerperiode van Rutte II was Stef Blok in een opperbeste stemming. Als minister van Wonen had hij een aantal rigoureuze maatregelen ingevoerd, waaronder de veel besproken verhuurderheffing, waarmee hij de woningmarkt voor eens en voor altijd had gefikst. Een opvolger op zijn positie zou niet langer nodig zijn: vanaf nu zou de markt het allemaal wel kunnen oplossen. Blok jubelde: “Ik ben de eerste VVD’er die een heel ministerie heeft doen verdwijnen!”

Dat was in 2017. Ook toen al was overduidelijk dat er van alles mis was op de woningmarkt, maar sindsdien hebben de problemen zich alleen maar opgestapeld. De woningmarkt schiet op alle fronten tekort, en het idee van een wooncrisis of woningnood wordt inmiddels breed gedragen.

Terwijl het woningtekort oploopt, dreigt de bouw van nieuwe woningen de komende jaren in te zakken. Prijzen voor koopwoningen gaan door het dak als gevolg van structureel prijsopdrijvend beleid. De prijs van een gemiddelde koopwoning is inmiddels meer dan drie ton, een record.

De afbraak van de volkshuisvesting als brede voorziening voor een groot deel van de bevolking is al decennia gaande maar is tijdens het ministerschap van Stef Blok in een stroomversnelling geraakt. Sociale huurwoningen moesten in de uitverkoop. Blok struinde hoogstpersoonlijk vastgoedbeurzen af om buitenlandse beleggers te verleiden sociale huurwoningen op te kopen. Voor mensen met een laag of middeninkomen is het mede daardoor flink lastiger geworden een betaalbare huurwoning te bemachtigen. De sociale huursector is verworden tot een stoelendans waarbij stoel na stoel weggetrokken wordt.

Kun je niet kopen en ook niet terecht in een sociale huurwoning, dan is er de vrije huurmarkt. Dat is een wilde westen waar speculanten kunnen vragen wat ze willen aan mensen die geen kant op kunnen, zeker in de populaire steden. 1800 euro voor een gehorig arbeiderswoninkje in een voormalige volksbuurt? Uiteraard. 700 euro voor een bezemkast? Doen we.

De wooncrisis is kortom schrijnend. Het opdoeken van een heel ministerie is geen prestatie om trots op te zijn, maar een cruciale blunder gebleken. Om je voor te schamen.

Met de almaar toenemende wooncrisis rest de vraag: wanneer komt het Rijk nu eens met daadkrachtig beleid? Vooralsnog moeten we het doen met Stientje van Veldhoven (D66) die als huidige Minister van Wonen niet met concrete ingrepen komt, maar vertrouwt op de goedheid van verhuurders. Dat zij niet de hoogst mogelijke huur zullen vragen. Wat een naïviteit.

We hebben juist behoefte aan een landelijke overheid die de regie neemt en keuzes durft te maken, en een keer niet inzet op de markt.

Een regering die verantwoording neemt voor het waarborgen van de nieuwbouwproductie. En dan gaat het dus niet alleen om aantallen, maar vooral ook om de betaalbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid van die woningen. Een regering die durft te zeggen dat bepaalde woonlasten simpelweg niet realistisch of acceptabel zijn, en daar paal en perk aan durft te stellen met harde maatregelen. Een regering die de klimaatcrisis erkent en daarom de intense verduurzamingsopgave en energietransitie ambitieus oppakt, zelfs al kost het wat geld. Een regering die een ruimtelijke visie ontwikkelt, zodat de segregatie tussen arm en rijk en de tegenstellingen tussen stad en land niet verder toenemen.

Kortom, kom maar door met een geheel vernieuwd ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Aan de nieuwe minister de schone taak de eens internationaal geprezen Nederlandse volkshuisvesting weer in ere te herstellen.