RTLZ column: Laat 2020 het jaar van de niet-vliegende academicus zijn (niet-academici ook welkom!)

Deze column verscheen op 23 december 2019 bij RTLZ

Afgelopen maart was ik in de grauwe Franse kustplaats Le Havre. Ik was daar voor een meeting van een Europees onderzoeksproject waar ik aan werk. Iedere zes maanden ontmoeten wij elkaar in een van de partnersteden. Deze tweedaagse meetings zijn prima om met elkaar bij te praten en een nieuwe stad te leren kennen, maar zelden zijn ze écht productief. Het verbaasde me daarom enorm dat een Japanse hoogleraar speciaal voor deze bijeenkomst was ingevlogen. Hij had bovendien een flinke jetlag en dommelde regelmatig in tijdens de sessies.

Kostbaar en krankzinnig

Het is natuurlijk een kostbare aangelegenheid om iemand voor twee dagen de halve wereld over te laten vliegen. Nog krankzinniger vind ik dat universiteiten dit vlieggedrag faciliteren en zelfs aanmoedigen.

We bevinden ons middenin een klimaatcrisis van ongekende proporties. De CO2 impact van het bezoeken van wetenschappelijke workshops is niet mals, zo tonen transportgeograaf Freke Caset en collega’s in een recent discussiestuk.

Heel gezellig, maar heeft het zin?

Het is voor veel wetenschappers de normaalste zaak van de wereld om meerdere keren per jaar conferenties, symposia en projectbijeenkomsten bij te wonen. Vaak in het buitenland, en vaak per vliegtuig.

Dan vlieg je naar San Francisco of een andere verre bestemming om daar in een muf achterafzaaltje je verhaal te houden voor tien a vijftien half geïnteresseerde collega’s. Aan het eind van de avond borrel je nog even met je collega’s uit Amsterdam en, vooruit, Delft. Reuze gezellig, maar nuttig?

Helft Nederland vloog niet

Veel academici behoren daarmee tot een veel vliegende bovenlaag, óók wanneer zij zich grote zorgen maken over het klimaat. Vlieggedrag is zeer ongelijk verdeeld over de bevolking. In 2016 was slechts 8 procent van de Nederlandse bevolking goed voor 40 procent van alle vluchten. Daartegenover staat dat bijna de helft van de bevolking dat jaar in zijn geheel niet vloog, en nog eens 30 procent slechts één maal. Deze zeer ongelijke verdeling van vliegkilometers hangt sterk samen met inkomen, opleiding en klasse. Veel mensen hebben simpelweg niet het geld om te vliegen.

De luchtvaart is verantwoordelijk voor veel CO2 uitstoot, en de ecologische voetafdruk van de sector neemt alleen maar toe. Deze grote klimaatimpact is dus zeer ongelijk verdeeld over de bevolking. Net als op andere vlakken zijn lagere inkomens verantwoordelijk voor weinig uitstoot, terwijl de hoogste inkomensgroepen een disproportioneel grote bijdrage leveren. Tegelijkertijd hebben de laagste inkomens het meest te vrezen van klimaatontwrichting.

Beleid dat zich richt op het terugdringen van de uitstoot kan daarmee ook de sociale ongelijkheid aanpakken. Klimaatrechtvaardigheid is altijd een kwestie van sociale rechtvaardigheid. De luchtvaart is een goed voorbeeld.

Vliegen is absurd goedkoop

Vliegen is op dit moment absurd goedkoop vanwege allerlei belastingvoordeeltjes en subsidies, zo zette mijn collega-columnist Wimar Bolhuis onlangs al uiteen. Dit zijn voordelen die vooral terecht komen bij de bovenlaag van de bevolking en hun onverantwoorde vlieggedrag financieren. Het veel en veel zwaarder belasten van vliegen is daarmee een milieuvriendelijke én herverdelende maatregel. Zeker wanneer je de belasting opvoert naarmate mensen vaker en verder vliegen.

Nu ben ik helemaal voor het aanpakken van de klimaatcrisis middels structurele maatregelen. De klimaatcrisis los je niet op door individuele gedragsverandering, maar vergt daadkrachtige sturing van bovenaf. Ze vergt een politiek die keuzes vóór het klimaatrechtvaardigheid durft te maken, bijvoorbeeld door de luchtvaart actief in te krimpen en de trein te stimuleren.

Individuele gedragsverandering

Toch wil ik hier pleiten voor individuele gedragsverandering. De huidige politiek kiest voor symboolmaatregelen en piepkleine stapjes, en ik vrees dat we nog lang moeten wachten op echte daadkracht. Bovendien wint je pleidooi voor structurele maatregelen aan geloofwaardigheid wanneer je eigen gedrag hiermee in lijn is.

De wetenschap moet een voorbeeldfunctie vervullen in de samenleving. De wetenschap moet zich bevinden aan de voorhoede van verandering wanneer al het wetenschappelijk bewijs daarom schreeuwt, zoals bij de klimaatcrisis. Daarom mijn volgende oproep aan universiteiten en collega academici.

Stop met het vergoeden van vliegreisjes

Universiteiten, stop nu eens met het vergoeden van vliegreizen naar conferenties. Dit geldt zeker voor plekken die prima met de trein te bereizen zijn. Denk aan Berlijn en Londen, maar ook aan Barcelona en Rome. Laat wetenschappers daarnaast voor verdere conferenties maar uitleggen dat deze écht nuttig zijn, en dat er geen geschikte alternatieven op treinafstand zijn.

Collega academici, neem je verantwoordelijkheid. Denk bij je keuze om ergens heen te vliegen wat serieuzer na of het echt de moeite – en uitstoot – waard is.

Is het acceptabel om de halve wereld over te vliegen voor een tweedaags symposium? Is dat afgeraffelde praatje van een kwartier nu echt genoeg reden om alwéér in het vliegtuig te stappen? Caset en collega’s pleiten er voor dat academici zichzelf een hard emissieplafond opleggen. Dit kan anderen ook tot duurzamer gedrag zetten.

Laten we van 2020 het jaar van de niet-vliegende academicus maken. Niet-academici zijn natuurlijk meer dan welkom mee te doen.