De armen worden de stad uitgedrukt, en dat is zorgelijk

Deze column verscheen eerder bij RTLZ

De sociale geografie van stad en regio zijn aan fundamentele verandering onderhevig. In de grote steden exploderen de huizenprijzen en de huurlasten. In Amsterdam zijn de verkoopprijzen opgelopen van 250.000 euro gemiddeld in 2013 tot zo’n 475.000 euro nu.

De stad scoort daarmee bijzonder hoog op de internationale Real Estate Bubble Index van de Zwitserse bank UBS. In geen enkele andere wereldstad zijn de woningprijzen de afgelopen vijf jaar zo fors gestegen.

Gentrificatie is alomtegenwoordig en verspreid zich als een olievlek over de stad. Hoewel Nederlandse steden vooralsnog betrekkelijk gemengd blijven, is in veel binnenstedelijke buurten het kantelpunt inmiddels bereikt. Hoogopgeleide tweeverdieners bepalen daar in toenemende mate het straatbeeld. Stadsbestuurders doen er alles aan deze groep te behagen en richten de stad in naar hun smaakvoorkeuren.

Deze ontwikkelingen komen niet zomaar uit de lucht vallen, ze zijn vaak al jaren aan de gang. Sako Musterd, hoogleraar stadsgeografie en mijn voormalige promotor, heeft decennialang de veranderende bevolkingssamenstelling van steden bestudeerd. Centraal in zijn onderzoek staan segregatie – de mate waarin bevolkingsgroepen van elkaar gescheiden leven – en de gevolgen daarvan voor individuen.

Begin jaren negentig deed hij al onderzoek naar gentrificatie in Amsterdam, lang voordat het een geliefd mediaonderwerp zou worden. Eind deze week geeft Musterd zijn afscheidsrede aan de Universiteit van Amsterdam en gaat hij met pensioen.

In die vroege jaren negentig was gentrificatie nog een sporadisch en marginaal fenomeen. De stad begon pas net op te krabbelen na jaren van desinvestering, dalende inwoneraantallen en verval. Hoe anders is de situatie nu. Er blijven enkel wat eilandjes van betaalbaarheid over in zeeën van gentrificatie. Armoede concentreert zich op die eilandjes. Ruimtelijke scheidslijnen tussen arm en rijk nemen toe.

Dit zijn geen autonome ontwikkelingen. Ze zijn gefaciliteerd door beleid en het herstructureren van de verzorgingsstaat, een centraal thema in het onderzoek van Musterd. De afbraak van de volkshuisvesting is een duidelijk voorbeeld. Sociale huurwoningen zijn de afgelopen twintig jaar massaal in de uitverkoop gezet en particuliere verhuurders hebben hun huren flink verhoogd. In Amsterdam is het aantal betaalbare huurwoningen daardoor sinds 2003 met zo’n 50.000 woningen afgenomen.

Gentrificatie drukt armoede de stad uit. Deze suburbanisatie van armoede hebben Musterd en ik recentelijk onderzocht in Nederlandse stadsregio’s. Het is een betrekkelijk nieuw fenomeen. Gedurende de twintigste eeuw was suburbanisatie vooral iets voor de middenklasse. Als je het je kon veroorloven trok je weg uit de vieze en overvolle stad naar een ruimere woning in de frisse lucht daarbuiten. De laagste inkomens bleven achter in de impopulaire stad.

De afgelopen jaren neemt het aandeel lage inkomens in grote delen van Amsterdam gestaag af. De toename concentreert zich in de regio, en dan vooral in voormalige groeikernen als Purmerend, Almere en Lelystad (zie kaart). Zij verlaten noodgedwongen Amsterdam omdat ze er geen betaalbare en passende woning meer kunnen vinden. Tegelijkertijd vinden veel nieuwkomers met een smalle beurs er überhaupt geen plek meer vinden in de stad en vestigen zich dan maar in de regio.

Procentpunt verandering in het aandeel lage inkomens tussen 2005 en 2015 (bron: Hochstenbach & Musterd (2019), data SSB CBS).

De vraag is vervolgens of deze veranderende geografie erg is. Het is heus niet slecht wonen in Lelystad.

Allereerst is het bepaald niet zo dat de regiogemeenten overlopen van betaalbare woningen. Sterker nog, waar de Amsterdamse woningvoorraad nog voor 42 procent uit corporatiebezit bestaat, daar is dat aandeel in zowel Almere als Lelystad slechts 27 procent. In de regio ontstaan nieuwe knelpunten op de sociale huurmarkt en nemen de wachtlijsten toe.

Bovendien zijn in die groeikernen veel minder voorzieningen en werkgelegenheid te vinden. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft uitgerekend dat het aantal banen dat goed bereikbaar is vanuit Lelystad ongeveer zes keer zo klein is als het aantal bereikbare banen vanuit Amsterdam. Dit maakt nogal wat uit. Wonen in Lelystad kan zomaar je baankansen negatief beïnvloeden. Dan moet je ook nog eens bij dat werk zien te komen. Forenskosten kunnen een flinke kostenpost zijn voor lage inkomensgroepen. Het openbaar vervoer is in Nederland relatief duur.

Ook de aantrekkelijkheid van steden als Amsterdam staat op het spel. Een kernkwaliteit van deze steden is dat ze kansen bieden aan mensen van allerlei komaf. Kansen om interessante en gekke dingen te doen, en kansen op opwaartse sociale mobiliteit. Vervalt deze roltrapfunctie, dan is het de vraag of de stad nog wel écht een stad is.

De sociale en ruimtelijke veranderingen die zich momenteel voltrekken in onze steden en regio’s zijn inderdaad reden tot zorg. Mijn leermeester Sako Musterd gaat dan wel met pensioen, de onderzoekslijnen die hij heeft uitgezet, naar ruimtelijke ongelijkheid en de gevolgen daarvan, zullen de komende jaren alleen maar belangrijker worden.