Opinie: Voorkom scherpe segregatie in grote stad

Deze opinie is op 2 mei 2016 verschenen in De Volkskrant.

Sako Musterd, Cody Hochstenbach, Willem Boterman en Wouter van Gent

De verandering van de sociale kaart van de stedelijke regio is omvangrijk en structureel. Grijp nu in.

Ongelijkheid staat de laatste tijd weer hoog op de agenda. Kinderen van ouders met een lage opleiding blijken minder vaak in hoger onderwijs terecht te komen dan kinderen met ouders die hoog opgeleid zijn. Ook de ongelijkheid in de sfeer van inkomens is weer in discussie. Die neemt over een wat langere periode toe. Bovendien kent Nederland een sterke ongelijke verdeling van vermogen.

Al die ongelijkheden bepalen de mogelijkheden van huishoudens, vooral inzake wonen. Het gaat dan om het bemachtigen van een betaalbare koop- of huurwoning in de gewenste buurt en stad. Stijgende koopprijzen en lange wachtlijsten voor huurwoningen versterken patronen van arm en rijk in stedelijke regio’s, en leiden tot nieuwe vormen van segregatie.

Uit onze recente studies blijkt dat deze verschuivingen geleidelijk maar structureel zijn. Hoewel dit in meer steden gebeurt, illustreren we de veranderingen hier voor Amsterdam. Het meest stedelijke gedeelte van de stad (ruwweg het gebied binnen de ringweg A10) is in 25 jaar tijd sterk veranderd. Amsterdam kent nu nog veel sociale menging, maar de stad wordt steeds meer het domein van koopkrachtige huishoudens en hoogopgeleiden, en gaat in de richting van ‘homogeen welgesteld’. Voorheen betaalbare buurten als De Pijp zijn steeds minder toegankelijk voor huishoudens met een laag tot midden inkomen, laat staan voor mensen zonder werk. Wanneer deze armere huishoudens verhuizen, blijken ze vaker in naoorlogse buurten en in de groeikernen als Almere, Hoofddorp en Purmerend terecht te komen.

Onbegrip en misverstanden

De veranderingen en de verklaringen ervoor zijn complex en leiden soms tot onbegrip en misverstanden, zoals vorige week zaterdag bij columnist Frank Kalshoven, toen hij twee van onze publicaties probeerde te vergelijken en een tegenspraak zag waar deze niet bestaat.

Er zijn tenminste drie aan elkaar gerelateerde verklaringen in het spel. De eerste factor is de toenemende ongelijkheid in inkomen en bezit. Er ontstaan grotere verschillen in koopkracht die zich in de woonoriëntatie kunnen uiten. Het woord gentrification komt dan al snel tevoorschijn. Het dominante beeld hierbij is dat rijke huishoudens zich vestigen in een buurt en daarbij armere huishoudens verdringen. Dat is inderdaad één vorm van gentrification, maar in Amsterdam zeker niet de enige. Vooral in wijken die pas recent opwaardering vertonen, hebben nieuwe bewoners aanvankelijk juist een laag inkomen, maar dikwijls wel een hoge opleiding. Zij maken ter plekke inkomensstijging door, en verdringen daarbij niemand direct. Wél is het gevolg dat huishoudens met lage inkomens en minder ‘leenvermogen’ vervolgens daar steeds minder terechtkunnen.

Aanwezigheid van koopkrachtige migranten

De tweede factor is dat de stedelijke regio steeds meer opgenomen is in internationale netwerken en kapitaalstromen. Dat uit zich in een sterk groeiende aanwezigheid van koopkrachtige migranten (‘expats’) in de stad. Dit drijft de prijs in de meest gewilde delen nog verder omhoog. Deze vraag naar woningen wordt versterkt door exploderende vraag naar short-stay- en vakantieverhuur.

De derde factor betreft de veranderingen die zich aan de aanbodkant voordoen. Hoewel de nationale overheid de gevolgen van marktwerking dempt door huursubsidie te verstrekken en adequate huurbescherming te bieden, is recent overheidsbeleid gericht op het faciliteren van de markt door het terugbrengen van het aandeel sociale huurwoningen.

Afname toegankelijkheid lagere inkomens

Dat heeft gevolgen gehad voor het aantal nieuwgebouwde sociale huurwoningen. Ook worden woningcorporaties gedwongen woningen te verkopen en ze doen dat steeds vaker in de populaire en duurdere buurten; het marktconform maken van de huurprijzen leidt er toe dat een deel van de sociale huur in de vrije sector terechtkomt. Tot slot hebben meerdere jaren van huurverhogingen in de sociale sector geleid tot een afname van de toegankelijkheid voor lagere inkomens.

De verandering van de sociale kaart van de stedelijke regio gaat geleidelijk, maar is omvangrijk en structureel. Er was op het moment van onderzoek nog geen sprake van een absolute geografische scheiding van arm en rijk. Die zou veel negatieve gevolgen hebben. Maar veel van de effecten van bijvoorbeeld huurliberalisatie en verkoop worden pas later geheel zichtbaar en nog heftiger als dat beleid wordt doorgezet. Een tijdige interventie om scherpe segregatie te voorkomen is echter gemakkelijker dan pas ingrijpen als deze zich al heeft voltrokken.

Figuur: de woonplek van huishoudens met een hoog inkomen (top 20% van Nederland) in Amsterdam in 2015. Bron: Hochstenbach (2018).